Spreekbeurt voor school
Muziekinstrumenten kun je onderverdelen in 4 groepen.- Blaasinstrumenten bijv. blokfluit, trompet
- Toetsinstrumenten bijv. orgel, piano
- Slaginstrumenten bijv. trommel, pauk
- Snaarinstrumenten
- Tokkelinstrumenten bijv. guitaar, harp
- Strijkinstrumenten bijv. viool, altviool, cello, contrabas
Over de strijkinstrumenten gaat dit verhaal.
In een oude viool stond wel eens dit versje in het frans:
"Quand je vivait, je ne chante pas, maintenant je
suis mort et je chante a haut voix"
vrij vertaald: "Toen ik leefde zong ik niet, maar nu ik dood ben zing ik het hoogste lied".
In dit versje werd het hout bedoeld van de boom waarvan violen worden gemaakt. Zolang een boom nog in de grond staat en leeft kun je er geen viool van maken. Pas als de boom gekapt is en in stukken gezaagd kun je er een instrument van bouwen. Als het dan een mooie viool geworden is , dan kun je hem als violist het hoogste lied laten zingen. En hoog zingen dat kan een viool. Je kunt er wel over 4 oktaven mee spelen.
De stemming
De stemming van een viool is in zogenaamde kwinten. Dat wil zeggen dat de toonhoogte tussen de snaren steeds vijf tonen verschilt. De namen van de snaren zijn gerekend vanaf de dikste snaar: G - D - A - E. De toonhoogte van de snaren kun je makkelijk vinden op een piano. De toets G vind je op de piano 4 toetsen links naast de zoge-naamde sleutelgat C. Als je vanuit deze toets steeds 5 (witte) toetsen naar rechts gaat dan kom je de overige tonen van de viool vanzelf tegen.
Voor de cello geldt in vergelijking met de viool het volgende:
Vioolstemming G - D - A - E
Cellostemming C - G - D - A
Zoals je ziet heeft de cello evenveel snaren als de viool maar een klein beetje opgeschoven. Ze hebben beide 3 tonen gemeenschappelijk.
De belangrijkste onderdelen van een viool of cello zijn:
- de klankkast: deze 'doos' versterkt het geluid van de snaren
- de hals: de hals is nodig om de toest op te kunnen lijmen waardoor je weer de vingers op de snaren kunt zetten
- de snaren: zonder snaren komt er geen geluid uit het instrument
- de krul: deze krul zit er voornamelijk voor de sier op maar draagt ook bij aan de klankvorming
- de f-gaten: door deze gaten kan het geluid uit de klankkast naar buiten
- de toets: de snaren kun je met je vingers op de toets drukken en zo de tonen zelf maken
- stemsleutels: deze zijn naatuurlijk om de snaren te kunnen spannen en mooi zuiver te stemmen.
- de kinhouder: het woord zegt het al zelf, hierop leg je je kin
- de stapel: dit stokje staat in de viool en de cello tussen het boven-en het onderblad geklemd. De plaats hiervan is heel erg belangrijk of je instrument mooi warm of lelijk en schel klinkt.
Een klein stukje geschiedenis
Over het ontstaan en de geschiedenis van de viool en cello zijn hele dikke
boeken geschreven. Vast staat dat de viool en cello zoals ze er nu uit zien
al wel ongeveer 400 jaar onveranderd zijn gebleven. De voorloper van de viool
was de luit. Die bestaat al heel erg lang want daarover lees je zelfs al in
de Bijbel en die is wel een paar duizend jaar oud.
Zo ergens tussen 1500 en 1600 kwam de viool in Europa in opkomst. Twee landen
waar al heel lang violen, cello's en bassen worden gebouwd zijn Italie en
Duitsland. In Italie woonde en werkte wel de allerberoemste vioolbouwer van
alle tijden: Antonio Stradivarius. Deze man heeft in zijn leven altijd heel
hard gewerkt want hij heeft meer dan 1000 instrumenten gemaakt waarvan er
gelukkig nog een paar bewaard zijn gebleven. Hij werd voor die tijd best oud
want hij leefde van ongeveer 1642 tot 1737. Hij werd dus 95 jaar oud.
Over de bouw van viool en cello
Houtsoorten:
Voor de bouw van violen en cello's worden 3 houtsoorten gebruikt:
Fijnspar: voor bovenblad, lijmranden, stapel
Esdoorn: voor achterblad, zijranden, hals met krul
Ebbenhout: voor toets, stemsleutels, eindknop en 'kiel'houtjes
Het bouwen van een viool of cello gaat zo:
De zijranden
Van dunne reepje esdoornhout buig je met behulp van een verwarmd buigijzer de zijranden netjes om een vorm , de mal, heen. Die reepjes hout lijm je vast aan blokjes die op de hoeken en de onder- en bovenkant van de mal zitten. Als je alle zijranden klaar hebt kun je al een beetje de vorm van het instrument zien.
Het boven-en onderblad
Vervolgens lijm je twee stukken fijnspar tegen elkaar die samen het bovenblad
gaan worden. Als de lijm goed droog is leg je de mal met de zijranden hierop
en kun je de vorm van het bovenblad zo met een potloodje om deze mal heen
af tekenen. Daarna moet je met heel veel geduld met behulp van schaafjes,
beitels, gutsen enz de bovenkant van het instrument gaan maken.
Ook de binnenkant moet je met deze gereedschappen 'uithollen'. Het bovenblad
wordt tijdens het werken steeds dunner, zo'n 3 tot 5 millimeter mag er maar
over blijven. Je moet dus heel voorzichtig te werk gaan. Ten slotte maak je
langs de omtrek nog een ongeveer 1.5 mm breed gootje waar de 'inleg', het
zwart met witte randje, ingelijmd word.
De werkwijze voor het maken van het achterblad is ongeveer net zo als voor het bovenblad. Maar er is één belangrijk verschil want het achterblad wordt van esdoornhout gemaakt.
Als het onder-en het bovenblad klaar zijn kun je ze allebei tegen de zijranden aanlijmen. De klankkast, 'het corpus', is nu klaar.
De hals met krul
Vervolgens wordt uit een nieuw stuk esdoornhout de hals met krul gemaakt en deze wordt tegen de klankkast aangelijmd. Nu moeten er nog gaten in het bovenste stuk van de hals, de zoge-naamde 'sleutelkast' geboord worden om hierin de stemsleutels te kunnen bevestigen.
Toets en kam
Tenslotte moet er op de hals nog een toets van ebbenhout gelijmd worden. Voordat er snaren op het instrument gezet kunnen worden moet er nu eerst een kam pasklaar gesneden worden met voetjes die precies aansluiten met de ronding van het bovenblad.
De stapel
Als laatste wordt de stapel in het instrument geplaatst, de snaren aangebracht en je viool of cello is klaar om te gaan bespelen. De plaats van de stapel is heel belagrijk voor de klank. Sommige mensen zijn nooit tevreden over de klank van hun instrument en blijven maar aan het schuiven met de stapel. Die zijn dus eigenlijk een beetje 'stapelgek'.
Het lakken
Omdat een witte viool of cello wel heel erg gauw vies zou gaan worden moet het instrument naturlijk ook nog gelakt worden. Dus moeten de snaren, kam enz weer verwijderd worden en volgt er voor de vioolbouwer eerst nog de lange en geduldige klus van het lakken.



